goto top

Gedicht van de week


kies een weeknr

43 42 41 40 39 38 37 36 35 34 33 32 31 30 29 28 27 26 25 24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 09 08 07 06 05 04


weeknummer : 43

Herdenking



Eén enkele minuut, zestig seconden maar
Hoor j’in de stad de vogels kwinkeleren
En in die enkele minuut in ’t hele jaar
Heb ik steeds het gevoel: “Ze gaan me fusilleren!”

Ze grijpen me en zetten me daar neer
Het heeft geen enk’le zin dat ik me zou verweren
Ze doen het snel – misschien doet het geen zeer…
Dan is het weer voorbij – ik kan mij ommekeren

En trillend, duizelig ga ik dan maar.
Ik kan vrij door de straten lopen.
Ik kan zelfs brood en sigaretten kopen
En alles weer vergeten tot het volgend jaar.

Corrie van der Hulst schreef na de oorlog dit gedicht



weeknummer : 42

Het lied der achttien dooden



Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.

O lieflijkheid van licht en land,
van Holland's vrije kust,
eens door den vijand overmand
had ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind,
hij kust zijn vrouw
en strijdt den ijdlen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar't hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geeerd,
voordat een vloekbre schennershand
het anders heeft begeerd.

Voordat die eeden breekt en bralt
het miss'lijk stuk bestond
en Holland's landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond;
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk Germaansch gerief
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.
De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie,
- zoo waar als ik straks dood zal zijn
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar-
verwerp al wat hij biedt
of bood die sluwe vogelaar.

Gedenkt die deze woorden leest
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan 't allermeest
in hunnen rampspoed groot,
gelijk ook wij hebben gedacht
aan eigen land en volk
- er daagt een dag na elken nacht,
voorbij trekt iedre wolk.
Ik zie hoe't eerste morgenlicht
door 't hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht
- en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man
als 'k voor de loopen sta.



Achttien verzetsstrijders
Het gedicht 'Het lied der achttien dooden' is in 1941 geschreven door Jan Campert, en wordt twee jaar later illegaal uitgegeven. Het gedicht gaat over achttien verzetsstrijders (vijftien Geuzen en drie Februaristakers) die in hun cel op hun executie wachten.



weeknummer : 41

Verzet begint niet met grote woorden


maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z’n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.

Remco Campert
uit: Betere tijden



weeknummer : 40

Zonder titel



Ik lees van Amsterdam naar Hengelo
en kijk naar wolkenlucht en polderland
en zie, een reiger bij de waterkant

schrikt op bij straaljagers die overvliegen.
Tanks rijden op kapotgeschoten wegen
volledig nat door miezerige regen.

Soldaten ploeteren door modderpoelen
en over lijken rottend langs het spoor.
De koude lucht is smerig grauw en goor.

Het treinstel waar ik zit, is echter warm.
Dan komt opeens de conducteur voorbij.
Ik leg voor hem dan toch mijn krant opzij.

Gedichten over oorlog van Robin Kerkhof



weeknummer : 39

Oorlogsweduwe



Daar waar de zon door de as niet kan schijnen
verse ruïnes het landschap bepalen,
zoekt hij tussen de graven en het schreien,
naar het sprookje in de horrorverhalen.

Dus gaat hij naar ieder verscheurd gebied,
waar de oorlogskinderen hem bekoren,
en luistert hij naar hun treurig lied,
waarvan hij alleen de schoonheid wil horen.

Want in hem is de gedachte verankerd,
dat daar waar het bloed door de straten stroomt,
en door vuur de aarde is zwartgeblakerd,
hij de bloem zal vinden waarvan hij droomt.

Hij vindt zijn orchidee in de onrust,
maar zij smaakt bitter wanneer hij haar kust.

Gedichten over oorlog van Robin Kerkhof



weeknummer : 38

Gaarkeuken 1944



Strak blauwe lucht
met hete gele zon
schijnt op mijn pan

ik zit en wacht
totdat de non in ’t zwart
mijn rij
naar binnen glijden laat
ik wacht en toon mijn bon

de keuken eet mij op
en spuugt me uit met kots
klef geel, met wit en groen
in grijs emaillen pannenblik

ik zoek de schaduw van een struik
strak blauwe lucht
met hete gele zon
De dood is grijsgroen, bewegingloos
en heeft twee laarzen aan

ik eet mijn hapje kots
voor ’t eerst van god en mens verlaten

Willem Munters 1990



weeknummer : 37

De vrijheid kwam in het voorjaar



de vrijheid kwam in het voorjaar
de vrijheid komt in het voorjaar
kijk maar we vieren haar

ze kwam kapot en in tranen
ze had oorlog onder de leden
je kon niet geloven
dat komt ze te boven
haar lauwerkrans was voor doden

maar ze vroeg ons haar door te geven
ik lig in jullie handen, zei ze
wees niet stil, zoals ik niet stil was
denk niet dat het onmogelijk is
denk dat het onmogelijk is, maar doe het

neem me mee
naar waar ik niet ben
neem me mee, zegt ze
laat me leven.

- Ankie Peypers

Ankie (Johanna Annie) Peypers (Amsterdam, 1928) is medeoprichter van het Centrum voor Chileense Cultuur, waar zij van 1976 tot 1986 voorzitter van was. In 1946 kwam haar debuutbundel 'Zeventien' uit. Voor 'Geen denken aan' (1962) is zij bekroond met de Anne Frank Prijs.
Gedicht voorgedragen tijdens herdenkingsbijeenkomst in de Nieuwe Kerk, 4 mei 2000.



weeknummer : 36

De burenangst van botte henkie -



die van hiernaast
die moet ik niet
die zijn niet zoals ik
die zijn van hiernaast en ik ben hier
dus kan je nagaan.
die van hiernaast
zitten in de weg
ik heb zo geen ruimte achter mijn ellebogen
dus die van hiernaast die moeten uit de weg.

die van hiertegenover
die hoef ik niet
die zijn niet zoals ik
die zijn van de overkant, ik ben van de eigen kant
dus kan je nagaan.
die van hiertegenover
zitten in mijn uitzicht
ik heb geen zicht want zij zijn geen gezicht
die van de overkant die moeten uit mijn ogen.

die van hierachter
die mag ik niet
die zijn niet zoals ik
die zijn van hierachter en ik ben voor
dus kan je nagaan.
die van hierachter
zitten in de achterbuurt
zitten natuurlijk achterbaks te gluren
die van hierachter moeten achter mij vandaan.

niemand naast me, voor of achter
vrijheid is met niemand iets te maken
ja toch?
niet dan?

1997 Karel Eyckman



weeknummer : 35

Margraten



Als je zo'n klein wit steentje was van nu
dat in een grote wei werd neergezet
bij al die andere stenen, rijen lang,
dan had je ons, maar niet jezelf gered.

Als je zo'n bange jongen was van toen
die in het gelid moet staan met vlees en bloed
dat je thuis achterliet, en in een heg
voorovervalt, waar je dan hangen moet,

je gezicht vol in de doorns, terwijl je sterft,
dan moeten wij toch even blijven staan
en vragen wie wij zijn, toen, nu, hier, daar.

Daar regent het. Je schuilt. Ik kam mijn haar.
Zon op je steen. Zij wandelt door de laan.
Het waait. De wereld heeft zich rood geverfd.

(memorial day op de Amerikaanse begraafplaats Margraten)

----------------------------
uit: 'Zielverstand', 2007.
Schrijver: Wiel Kusters



weeknummer : 34

De oorlog



Het is een heldere zomermorgen
Door een heldhaftig mens
is het leventeken gegeven,
en zijn troepen trekken even
over de grens.

Overal op straat en
achter deuren, onder stoelen
worden de vijanden gevonden.
De halfslachtende soldaten
slaan vreemde mannen op hun smoelen,
griezelen even van hun wonden
en door de gebroken ruiten
storten zij zich weer naar buiten.

-----------------------------------
uit: 'Het liegend konijn', 1, 2003.
Schrijver: Leo Vroman


weeknummer : 33

Oorlog en vrede



altijd weer wakkerschrikken
sirenes horen
het vallen van de bommen
in de stille straat
en het loeien van de vlammen
later
lang er na nog!
en zelfs nu nog:
wakker schrikken
als toch alles rustig
in de straat is,

vrede...

----------------------------------------
uit: 'Mijn duizendbladig boek',2005.
Schrijver: Catharina van der Linden
Inzender: mw, 27 mrt. 2020


weeknummer : 32

Dag van de doden -



Het is weer voorjaar, dag van de doden
maar het sneeuwde toen deze woorden zich schreven

zij schreven vandaag, maar nu zij zich spreken
sneeuwt het nog steeds op een doodstille stad

vandaag hoort de woorden de stilte bezweren
alsof de tijd ooit te stillen was

zij noemen zich bij onteigende namen
zij willen wat doodzwijgt verstaanbaar maken

en roepen omlaag en omhoog in een gat
en spellen de sneeuw die maar niet wil smelten

op voorjaarsbloemen en monumenten
op vuilnisbelten en vazen met as

de witte stilte wordt gaandeweg grijzer
en wat de woorden ook willen ontzwijgen
de doden zijn dood, de bladzij is zwart –

Gerrit Kouwenaar


weeknummer : 31

dodenherdenking op de Grebbeberg




koraalmuziek als klinkend rouwbeklag
tot ieder zich heeft opgesteld
een zitplaats is verwanten toegewezen
zij staren op de rijen witte stenen
de triniteit der krijgsmachtstaven
staat roerloos en formeel vooraan

een trompet verbant ’t laatste woord
nog ontluikt de stilte niet
er wiekt een vogel er hoest een vrouw
dan dringt de tijd en zwijgen de minuten

de dag verliest de schemer wint het al
wat onverwerkt is dooft van jaar tot jaar
in het slinkend nabestaanden tal

het protocol schrijdt voort
kransen worden overdragen
een aalmoezenier klaagt oorlog aan

stil zou de omgang moeten zijn
tussen verzorgde graven door
niet ieder is daadwerkelijk betrokken
een lach klinkt op nu het donker wordt


Alfred van Haskerland
mei 1987/2008


weeknummer : 30

zo geheim als onze Joodse komaf was zo openlijk werd


er dus gesproken over pappa’s illegaal drukwerk
gevangenissen en kamptijd
pas later ook zíjn angst dat er ontdekt zou worden dat ook hij Joods bloed had
zo gründlich waren de Duitsers dus ook weer niet met zijn beroemde halfbroers Max
die niet meer op mocht treden en Gerard de paragnost van wereldfaam die echt gemengd gehuwd was
de zo bekende achternaam het is een wonder dat zij het kunnen
navertellen en dat ik hier zit was dat laatste maar niet het geval
hoeveel later hoorden we van de vermoorde familie
niet teruggekomen werd dat toen toedekkend genoemd
we wisten niets maar we voelden wel (maar zelfs dat waren we ons toen niet bewust)
andere kinderen hadden grootouders en vragen waarom dat deed je niet
geen foto te bekennen er was helemaal niets gebeurd mamma had niets meegemaakt

© Manja Croiset
Uit : Mijn leven achter onzichtbare tralies


weeknummer : 29

nieuwe informatie kreeg ik


over onze namen
ik vroeg of ze besproken hadden hoe de baby zou heten
voor dat Odo werd opgepakt
het antwoord was bevestigend
hoe als Ingrid een jongetje was geweest
ja zei Paula Claude
Odo daar waren we het nog niet over eens
ik zei dat ik niet wou dat kind wordt gepest
klootje closet Ingrid kwam bij hem vandaan uit Peer Gynt
verder vroeg ik dat Serge waar kwam dat dan vandaan (mijn naam dus als jongetje)
naar een 13-jarig Russisch jongetje uit het concentratiekamp
dat daar (waarschijnlijk) is omgekomen niet helemaal duidelijk was het mij
of mijn vader zich over dat kind ontfermd had
durf ik niet verder te vragen
Manja Serge onverbiddelijk verbonden
met die tweede wereldoorlog

© Manja Croiset
Uit : mijn leven achter onzichtbare tralies


weeknummer : 28

hebben Odo en Paula gedacht


aan hem en onze relatie
toen ze mij het boekje Tommy
gaven nu al weer jaren geleden
ik denk het niet want die keurden ze af
schattige tekeningen gemaakt
door een man in Theresiënstadt
voor de derde verjaardag van zijn zoontje
na de oorlog gevonden verborgen
in een muur van een barak van het voormalige concentratiekamp
de beide boeken Tommy en Manja
staan bij mij naast elkaar in de boekenkast
is dat bij hem ook het geval gevraagd heb ik dat nooit
in zijn huis in Lasne ben ik nooit geweest
alle twee heeft hij ze van mij gekregen
met Tommy was hij blij dat ik het hem toestuurde
in een tijd dat het contact door hem was verbroken en hij me verzocht
had hem met rust te laten
Manja nog weer daarna
zou hij het ooit hebben durven lezen
menigeen zegt hoe hebben je ouders je
naar dat boek kunnen vernoemen gewoon het
was een mooie naam (dat vind ik ook) en die tijd was toch voorbij
bij hun eerstgeborene wilden ze dat niet
een vraag rijst
Ingrid geboren nadat Odo was opgepakt
hadden ze van te voren al een naam afgesproken
als ik een jongetje was geweest had ik Serge geheten wist ik
als het dan toch voorbij was
waarom was onze Joodse achtergrond dan een
GEHEIM

© Manja Croiset
Uit : Mijn leven achter onzichtbare tralies


weeknummer : 27

Dresden


 
de overwinnaar
komt,
snel en onverwacht,
uit de lucht.
de hoge druk
is adembenemend,
en vurig
zie ik mijn geliefde
opstijgen
tot een nooit vergeten verleden.

© Roger Pelgrims


weeknummer : 26

als een meander slingert de volgepakte goederentrein


zich van kamp naar kamp
de wielen sissen Untermenschen Untermenschen Untermenschen
de passagiers hebben geen uitzicht op
het deels door bommen verwoeste landschap
rookwolkjes komen uit de pijp van de locomotief
straks gaat “het vee” durchs Kamin
de rookwolken zullen groter zijn en de stank een andere
dan die van de ongewassen op elkaar gestapelde mensen
urine faeces menstruatiebloed braaksel
crematoria wie legt nu nog de link
opnieuw word ik overweldigd
kijkend naar een t.v documentaire over de holocaust versmelt mijn doodswens
en wordt doodsángst of toch de wens te stoppen
maar heb ik het recht niet moet ik doorgaan met mijn te zware taak
de wrange plicht te leven uit naam van de vermoorde familie
en ook de doodsangst ingegeven door de overlevende moeder
chaos als gebruikelijk in mijn brein en hart

© Manja Croiset
Uit: Uit de spelonken van mijn ziel


weeknummer : 25

1239 mochten er gered worden


 
de hemel was bezaaid met sterren
die nacht.
die heldere vriesnacht in januari.
vijfentwintig januari
negentienhonderdvijfenveertig.

het schip was helder verlicht.
het straalde als de dag van zich zelf.

het doel was aantrekkelijk
in zijn grootsheid.
eenentwintigduizend bruto register ton.
negenduizend kinderen,
vrouwen, bejaarden en gewonden.
drie torpedo’s.

de ondergang van de wilhelm gustloff.
de kapitein van u-boot s13
werd geen held des vaderlands.

© Roger Pelgrims
 


weeknummer : 24

K.Z. syndroom


een levenslange nachtmerrie
niet erfelijk
wel overdraagbaar

© Manja Croiset
Uit : Dissonante symfonie


weeknummer : 23

MoNUment 4 mei 2010



Op een sokkel
een mens gehakt
weer- en windbestendig.

Bij een grote razzia in
Amsterdam 5500 joden weg.
Gedichten en vergeet-mij-nietjes
102.000 stenen in Westerbork.
Pareltjes en niemendalletjes.
En verder twee leeuwen
uit gebroken spiegels, die
de lucht reflecteren.
Jan.W moet reparatie zelf betalen.
Traditioneel en vernieuwend.

A. Frank krijgt een dagboek
voor haar dertiende verjaardag.
Wijsheden en citaten mogen.
In de 'bloedkuul in't Goffertpark staat
een gedicht, er ontbreekt een komma.

In Het Bos der Onverzettelijken
zijn 2133 bomen geplant.
Bij Madame Tussauds staat een beeld
van AH. te B. voor de liefhebbers.
Oh, Sammy vindt de wereld heel gemeen.

Wie was Anna de Trompetter?
Er is een ijsje uitgeloofd.
Zomaar langs de weg, door de bocht.

Bloemetjes, kaarsjes en 'De Schreeuw',
een Prettig Gesprek, ter inspiratie
voor vrijheid van meningsuiting.
Het is verboden op de Waterdriehoek
zonder vergunning te dansen. Wij staan

Minutenlang stil voor alle nabestaanden._

Rim Sartori mei 2010



weeknummer : 22

‘Rats, kuch en bonen’







‘Rats, kuch en bonen’ gaf van vroeg tot laat
de radio. Mijn vader werd soldaat.
Voor koningin en vaderland paraat
en in zijn eentje lopend op de maat
van ‘Blonde Mientje heeft een hart van prikkeldraad’.
verdween hij in de soerabajastraat.




Willem Wilmink
mei 1940



weeknummer : 21

ACHTHONDERD ZESTIG








‘Dames en heren,
goedenavond.
Dit is het nieuws van 6 juli.
In Irak
zijn vanmorgen 860 mensen omgekomen
bij verschillende bomaanslagen
en de Amerikaanse soldaat John Smith
werd door een kogel geraakt
in zijn linkerbeen.
De tweeëndertigjarige soldaat studeerde in 1999 af
aan de hogere technische school
om daarna het leger in te gaan.
Hij is getrouwd met Ashley en heeft twee kinderen,
Rosaly van zes
en Keith van drie.
Zijn vrouw is lerares op een basisschool.
De woordvoerder
van het ministerie van Defensie
liet weten dat zijn situatie stabiel is
en dat de verwachting is
dat hij na vijf maanden revalidatie
weer zal kunnen lopen.
Rafael Nadal is de winnaar geworden
van Wimbledon.
De tweeëntwintigjarige Spanjaard
versloeg vijfvoudig kampioen Roger Federer
in vijf sets:
6-4 6-4 6-7 (5) 6-7 (8) 9-7.
Het is de eerste eindzege
van Nadal op Wimbledon.’


Rodaan Al Galidi





weeknummer : 20

De schurk





Weer is het vrede, roept men wild om wijn,
heet, opgelucht na al het leed en bloeden.
Zij zegt: er zal nu nooit meer oorlog zijn…
en ik, afzijds van het rumoer en moede:

oorlogen, liefste, zullen blijven woeden
eeuwen nadat van Boston of Berlijn,
van stalen helmen en van hoge hoeden
de laatste resten niet meer vindbaar zijn.

What’s in a name? Onder de lichtste lucht
zullen wij, bloedig of onbloedig, vechten
om brood, om liefde, om vermeende rechten.

De oorlog, klein of groot, laat ons geen vlucht,
want zelfs tot in het lieflijkste gehucht
volgt in de spiegel ons de schurk, de echte.


Max Dendermonde


weeknummer : 19

Vrede




Weer wordt hij niet gevolgd door een regenjas.
Geen getraliede keldervensters.
Geen prikkeldraadversperring.
Moe geworden vouwt hij de krant over zijn gezicht.
Ondersteboven boren de gebeurtenissen zich naar binnen.

De geëxecuteerden doen tegen de muur op de binnenplaats aan yoga.
Tanks liggen als zoemende torren op hun rug,
vastgeplakt aan stoffige landwegen.
Stof dat daalt als een sluier over opstijgende baby's,
neerstortende kinderwagens, rondslingerend huisraad.

Het ruist in zijn oren. Vroeger was het alleen zijn eigen bloed
dat hij daar hoorde. Nu verstaat hij die taal. Ieder woord. Elke intonatie.
Maar alleen daar en dan. Ondersteboven.
Wakker geworden is er alleen maar de stilte
na de herinnering en voor het vergeten; oorverdovend.






J. Bernlef
uit: 'Verschrijvingen', 1985.


weeknummer : 18

Een foto






Van die razzia zijn foto’s:
Jonas Daniël Meijerplein,
waar de Duitse militairen
joden aan het treiteren zijn

Een bange man met keurige schoenen,
lange jas en vlinderdas,
wordt over het plein gedreven
of het naar een veemarkt was.

Drie Duitse soldaten staan er
met een spottend lachje bij
en daar kijkt een vierde Duitser,
misschien toch beschaamd, opzij.

Stel je voor, je zag die foto
van een man met vlinderdas
en je zou opeens ontdekken
dat het je eigen vader was.

Soms moet ik er ook aan denken
hoe ’t die andere zoon vergaat,
die ontdekte: kijk, mijn vader
is die lachende soldaat.




Willem Wilmink



weeknummer : 17

20 januari 1943







Vandaag is het een feestdag in ons midden,
Want een prinses neemt intrek in ons hart!
Wij willen haar liefhebben, voor haar bidden,
Dat God haar hoede en haar niets benard.

Wij kunnen haar niet zien, maar in gedachten
Kussen wij haar de hand tot verren groet,
Want zij zal komen en wij kunnen wachten
Tot de baan ruim wordt voor haar kleinen voet

Nog is zij ver over het wijde water,
Maar liefde kent geen afstand die haar scheidt:
Eens stapt zij hier aan wal met blij geschater
En wuift handje dat wij zijn bevrijd...

Volk in uw donk’ren druk, uiteengeslagen
Onder de dreiging van een schrikbewind,
Sta op, herinner u de oude dagen
En wordt weer een rondom dit verre kind.

Gij zijt een volk voor koningen en prinsen,
Niet voor dit tuig dat u terroriseert!
Verkoop uw droom niet voor een schotel linzen!
De honger gaat voorbij, Oranje keert!




K.J. Heeroma



weeknummer : 16

VREDE


Komt een duif van honderd pond,
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met zijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Sinds ik mij zo onverwacht
in een taxi had gestort
dat ik in de nacht een gat
naliet dat steeds groter wordt,
sinds mijn zacht betraande schat,
droogte blozend van ellende
staan bleef, zo bleef stilstaan dat
keisteen ketste in haar lenden,
ben ik te dicht en droog van vel
om uit te zweten in gebeden,
kreukels knijpend evenwel,
en 'vrede' knarsend, 'vrede', 'vrede'.

Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede;
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt mij nu het bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilte voeten,
dat we, eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen rennen en daarnaast
gillen in elkanders oren,
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.

Mag ik niet vloeken als het vuur
van een stad, sinds lang herbouwd,
voortrolt uit een kamermuur,
rondlaait en mij wakker houdt?
doch het versgebraden kind,
vuurwerk wordend, is het niet
wat ik vreselijk, vreselijk vind:
het is de eeuw dat niets geschiedt,
nadat eensklaps, midden door een huis,
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen van vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen, de eeuwenlange stilte voor-
dat het verbaasde kind in deze zuil
gewurgd wordt en reeds de armpjes
opheft.

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Leo Vroman



weeknummer : 15

A. Hitler





De kaart besloeg het halve werelddeel
En daaromheen stond Hitler met zijn staf
De veldtocht naar het Oosten uit te werken

Er speelde zich vervolgens heel wat af
En als het winter werd was dat te merken
De overwinning kwam maar niet in zicht

Men moest het werkterrein steeds meer beperken
Tot redding van het Vaderland verplicht
De allerlaatste kaart van 't strijdtoneel

Waarover hij, met staf, gebogen stond
Was sober: een Berlijnse plattegrond



Drs. P
uit: Dozijnen onzijnen, 1998


weeknummer : 14

Mijn broertje, anderhalf jaar oud







Mijn broertje, anderhalf jaar oud,
moeder, die hem in de armen houdt
om naar de kelder toe te gaan
in donkere nacht, maar op hun baan
is daar de vijver. Dan een plons
en zij zijn niet meer tussen ons.
Schaterend van verlegenheid
wordt moeder naar de kant geleid.
De kelder wordt bereikt met sprongen,
moeder en kind goed uitgewrongen.
Een nacht vol nattigheid en kou,
die geen gevolgen hebben zou.





Willem Wilmink,
na 10 oktober 1943)



weeknummer : 13

Een mooie dag om stilte te verscheuren





een mooie dag om stilte te verscheuren.
oud-strijders staan te beven aan de kant
de blikken op zwart-wit - en het gebeurt.
gewoon omdat het kan. omdat één man.

het is de wet van nederland. bij ons
moet alles vroeg of laat een keer gebeuren
dus dan ook dit. elkeen zoekt naar het licht
als hamsters in een bak met open deuren.

ik heb vandaag mijn oorlogsland herdacht
en struikel voort in volle ongeremdheid
zozeer bevrijd dat ik een kind vertrap.

vlak voor mijn voeten valt een hoogbejaarde
in zijn soldatenpak. hij huilt. ik kijk.
waar alles mag is ieder vogelvrij.




Ramsey Nasr
uit: 'Mi have een droom', 2012.


weeknummer : 12

De laatste wereldvrede


Waarom draait een groot verschil?
Kijk vannacht eens lang en dood
doodstil vanuit de sterren
naar deze kleine aarde
en niets blijft groot. Wat blijft eigenlijk van verre
over van onze eigenwaarde?

Niets in de eeuwigheid
om voor te vechten zo gezien
en waar kan oorlog anders nog toe dienen?

Ikzelf was eens in een daarvan gevangen
en zag de eeuwigheid al gapen in de dood-
saaie eindeloze tijd
van ons hopeloos verslappende verlangen
naar vrijheid of desnoods een kopje chocola
met niets dan eindeloze slaap daarna.

Mensen! Hoe zoet is men geschapen!
Hoe prachtig past men in elkaar!
Ik ben verliefd op jullie, maar
ik ga met één oog open slapen:
ergens is jullie vreselijkste wapen
vast bijna klaar.


Leo Vroman
uit: 'Vrede is eten met muziek', 2005.


weeknummer : 11

Het eerste mislukte begin




Ze hebben de muur bezet,
de zolder gegijzeld,
het dak vermoord
en het raam dichtgetimmerd.
Ze dwongen het balkon
zijn planten
op de stoep te gooien
en zelfmoord
te plegen.
Ze begroeven de kelder,
ze bevalen de schuur haar rommel achter te laten
en te verdwijnen
en
ik
leef nog.
Ik kook voor mijn vrienden,
koop beltegoed voor mijn woorden
en het belangrijkste:
ik kan nog slapen,
minstens zes uur per nacht
en soms zelfs
zonder slaaptabletten.

Rodaan Al Galidi



Rodaan Al Galidi (eigenlijk Rodhan Al Khalidi) is een schrijver van Irakese afkomst. Hij is geboren in 1971, maar zijn precieze geboortedatum is onbekend, omdat zulke gegevens niet geregistreerd worden en verjaardagen niet gevierd worden in zijn streek van herkomst.
Al Galidi studeerde in Irak af als bouwkundig ingenieur. Na zijn studie vluchtte hij uit Irak om de dienstplicht te ontwijken;[1] zes jaar later, in 1998, kwam hij in Nederland terecht, waar hij asiel aanvroeg. Het asiel werd hem geweigerd en hij is uitgeprocedeerd. Lessen Nederlands mocht hij bijgevolg niet bijwonen. Daarom leerde Al Galidi zichzelf de Nederlandse taal aan en begon te schrijven. In Vlaanderen wordt hij als schrijver erkend en ontvangt hij een werkbeurs. In 2007 kon Al Galidi genieten van het generaal pardon in Nederland. In 2011 zakte hij voor zijn inburgeringscursus waardoor de IND het recht heeft om zijn verblijfsvergunning te ontnemen.
Eerdere pseudoniemen waaronder hij schreef waren Rodaan en Al Galidi. Onder de naam Rodaan Al Galidi zet hij zijn schrijverschap voort. (Bron Wikipedia)




weeknummer : 10

1945




Op wat legerauto’s na lege wegen,
waanzinnig veel vis in de meren,
de grootste stilte ooit gemeten
in Overijssels kop en ergens moesten
nog frontlijnen lopen en landschappen zijn,
steden en deelstaten die bleven zweren.
Aan de Beulaker gingen we – vijf jongens,
vier meisjes – met een bus eierpoeder
en één pakje Craven-A kamperen.

De boer melkte te vroeg, te laat
en Hirosjima was nog niet gedaan.
Niets zou de zwanebloemen, het riet
of ons en de aanhalige wilgen
nog naar het leven willen staan.
Punters vervoerden strobalen
of net zulke rustige mensen.
Een meisje kon hier alleen Ineke heten;
ze stak ’s avonds eendeveren
in haar haar en fluitekruid.
In de hooizolder perste zich dan
steeds meer nacht en ze bestond.
Verder dat ontzag dat het hield
en niet begaf. Hoe kon er na al die oorlog
zoveel boter en brood zijn en bruid?
De scholen begonnen. We schreven elkaar.
Haar inkt was paars en haar spelfouten
waren groter dan haar borsten.
Ik handelde ernaar. Ik dacht wat
zeker een half leven kostte: dat geluk
de onnozelen treft, de meisjes en de hansworsten.
Ed Leeflang (1929-2008)



weeknummer : 09

Westerbork



O Westerbork, O Westerbork,
Je was nog kort gele’en
In Drente een vergeten dorp:
Nu kent je iedereen.
Veel gingen er naar Westerbork
Te werken in het veld,
Maar wat er kwam ná Westerbork
Heeft niemand nog verteld.

Vanmorgen zag ik een transport,
Vannacht droom ik er van,
Omdat ik dit, hoe oud ik word,
Nooit meer vergeten kan.
Want op het Amsterdamsch station
Zag ik vanmorgen vroeg
Dat de politie langs ’t perron
Menschen als beesten joeg.

En ik zag midden in die troep
die strompelde en viel,
een man, die in een dekentje
een heel klein kindje hield....
Zoo gingen zij naar Westerbork
En dit weet ieder wel:
Achter de hei van Westerbork
Ligt enkel nog de hel.

Toen, door dit dekentje van blauw
Dacht ik opeens weer aan
Mijn buurman, aan zijn kind en vrouw,
En hoe zij moesten gaan:
Zij werden naar het kamp gebracht,
Toen het nog pas begon,
Zij moesten midden in de nacht
Zich melden aan ’t station.

Zij wisten nog niet hoe dat was
Het was pas in ’t begin.
Zij liepen nog met zak en tasch
En alles zat er in:
Papier, een inktpot en een pen,
En trui voor weer en wind,
Werklaarzen, vitamines en
Wat speelgoed voor het kind...
Dat kleine kind, het was voor mij
Het liefste wat ik zag,
Want altijd als hij langs kwam, zei
Hij lachend mij g’n dag.
En toe dien nacht zich achter hem
De deur sloot met een slag.
Hoorde ik nog zijn ijle stem
Door ’t donker roepen: Dàg!

Ter wille van dit kleine lam,
Zijn lach, zijn lief gezicht,
Zij stemmetje dat afscheid nam,
Heb ik dit lied gedicht
Hij ging ook mee naar Westerbork
Nu is ’t of hij mij roept:
“Om wat ik leed in Westerbork,
Moet Hitler zijn vervloekt!”


Jacobse, Muus, (ps. van Klaas Hanzen Heeroma)




weeknummer : 08

Een bom van heel dichtbij klinkt als een zucht




Een bom van heel dichtbij klinkt als een zucht
Dan, in de kelder waar wij zaten, lucht
van puin. De rode muur achter de trap
vertoonde een spleet. Er was vanaf een schap
een weckfles op mijn moeders jurk gevallen,
een open fles vol sap. Nog klonk het knallen
van bommen verderop. Van Egteren liep
de trap op langs de rode muur en riep
met verbijstering dichtgeknepen strot:
‘Godverdomme! Het hele hoes is vot!’

Geen van ons had die voltreffer gehoord
die ons toch op een haar na had vermoord.
Daarna heb ik zo menige oorlogsnacht
met buren in die kelder doorgebracht,
vijftien À twintig mensen zaten daar
bij jankend luchtalarm, in doodgevaar,
maar het was zaak dat men zijn angst bedwong:
er waren kinderen bij. Dus Vennink zong
‘Es geht alles vorüber...’ Oostfrontlied
‘Die zoeken voedsel en ze vinden ’t niet,’
zei hij, ‘want tot oneindig ver in ’t land
hebben de Russen zelf alles verbrand
wat eten, warmte of genezing geven kan.
Ja laat ze maar verhongeren, man voor man.’

Na deze woorden hoorden we ’t gerucht
van vliegtuigen, wel heel hoog in de lucht.
‘Ze gaan alweer naar huis,’ zei vader blij,
‘ook deze bange nacht is weer voorbij.’




Willem Wilmink
10 oktober 1943



weeknummer : 07

DODENMARS VOOR ROTERDAM


(Aan Gerard Zalsman)


Ik waag mij haast niet in die straat
waar gloeiend puin in 't donker staat.
De wind loeit om een bouwvaltop,
een schelle vlam schiet suizend op,
belichtend als in spotternij,
de resten van wat huisgerei.
Hier vond wie daaglijks nam en gaf
een ruw en eindloos massagraf.
Het werk van hersens, hand en lust
is even grondig uitgeblust.

Ik wend mij naar de waterkant.
De schepen liggen leeggebrand.
Het water, d' eeuwenoude baan,
voert bloed en roet naar d' oceaan.
Daar staat de dood nog op de brug,
een zwarte schaduw, recht van rug.
Och broeders, hij bleef ongedeerd
terwijl uw schim hier langs marcheert.
Links, rechts...

Maar als die stad weer is herbouwd
van staal en glas en steen en hout,
die kleine wereld is hersteld,
bolwerk van koopwaar, zee en geld,
als er gewerkt weer wordt op de as
van wie voor kort hier werkend was _
Dan zullen nog bij nieuwe maan
uw schimmen door de straten gaan.
Links, rechts...


Clara Eggink



weeknummer : 06

De laatste brief





De wereld scheen vol lichtere geluiden
En een soldaat sliep op zijn overjas
Hij droomde lachend dat het vrede was
Omdat in zijn droom een klok ging luiden.

Er viel een vogel die geen vogel was
Niet ver van hem tussen de kruiden
En hij werd niet meer wakker want het gras
Werd rood, een ieder weet wat dat beduidde.

Het regende en woei. Toen het herbegon
Achter de grijze lijn der horizon
Het bulderen – goedmoedig – der kanonnen

Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef
Bevrijdde zich het laatste wat hij schreef
Liefste, de oorlog is nog niet begonnen.


Bertus Aafjes



weeknummer : 05

Oorlog





Terwijl het verhaal wil dat het verteld en
voorbij is - maar het breekt af

zeker, het is mij verteld en verteld
maar nog

ik zie die grijze beduimelde foto
maar nog is het gras weer groener dan gras
en de bloesems weer witter dan bloesem

in die grijze tuin moet het oorlog zijn geweest
in die man, in die vrouw, dat kind
in dat grijze gras onder die grijs bloeiende boom

het is mij verteld en verteld hoe zij daar
hadden moeten verdwijnen, worden weggevoerd
in de goederentreinen, nooit terugkomen

terwijl het verhaal wil dat het verteld en
voorbij is - maar het breekt af

zeker, het is mij verteld en verteld
hoe vrede wederkeerde

maar nog is er geen andere foto dan deze
waarin het nog moet


Rutger Kopland
uit: 'Tot het ons loslaat' 1997.



weeknummer : 04

Ben Ali Libi







Op een lijst van artieste, in de oorlog vermoord,
staat een naam, waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar

Met een lach en met een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In ’t concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel?
Hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.



Willem Wilmink


Contact gegevens:
email:

project
@75jaarvrijheidalphenaandenrijn.nl